ECLI:NL:GHDHA:2014:4302
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en bijdrage in woonlasten na echtscheiding
In deze civiele zaak gaat het om de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen de vrouw en de man na beëindiging van hun samenleving. De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de rechtbank Den Haag over onder meer de hoogte van de hypothecaire lasten, de geldigheid van een schuldbekentenis, bijdragen aan de kosten van de huishouding en de kosten van herstel van de gemeenschappelijke woning.
De vrouw stelde dat de schuldbekentenis onder bedreiging tot stand was gekomen en dat zij niet aansprakelijk was voor het volledige bedrag. Het hof oordeelde echter dat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat zij onder dwang had gehandeld en dat de schuldbekentenis rechtsgeldig was. Ook de vordering van de vrouw tot vergoeding van kosten van de huishouding werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs.
Verder werd vastgesteld dat de vrouw gehouden is tot betaling van een maandelijkse bijdrage van € 425,- aan de man voor de woonlasten tot de verkoop van de woning. De kosten van reparatie aan de woning zijn voor rekening van de man. De vorderingen van de man in incidenteel hoger beroep werden afgewezen. Het hof compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden vonnissen en veroordeelt de vrouw tot betaling van diverse bedragen aan de man, met compensatie van de proceskosten.