Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[naam]
“wederrechtelijk dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden”,
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het plaatsen van bedreigende berichten op Facebook gericht tegen woningcorporatie Vestia, met het oogmerk deze wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden. De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf, maar het hof heeft dit vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken.
Het hof oordeelde dat de inhoud van de berichten niet kan worden gezien als een begin van uitvoering van het misdrijf zoals bedoeld in artikel 284 Sr Pro. Bovendien was niet overtuigend vastgesteld of en welke berichten daadwerkelijk door de verdachte waren geplaatst en wanneer. Hierdoor ontbrak het aan wettig en overtuigend bewijs.
De advocaat-generaal had nog gepleit voor een straf, maar het hof volgde dit niet. Het arrest benadrukt dat de bedreigingen niet zodanig waren dat zij een feitelijkheid vormden waartegen geen weerstand kon worden geboden. De verdachte is daarom vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat hij bedreigende berichten op Facebook heeft geplaatst.