ECLI:NL:GHDHA:2014:874
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- M.C.R. Derkx
- H.C. Wiersinga
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen jegens minderjarige
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin verdachte was veroordeeld voor het betasten en grensoverschrijdend gedrag jegens een minderjarige medewerkster van een supermarkt. De verdachte had de handeling van een tik op de bil van het slachtoffer erkend, maar gaf wisselende verklaringen over zijn intentie.
De aangeefster ervoer de handelingen als beschamend en had ook eerder ongepaste, seksueel getinte opmerkingen van de verdachte gemeld. Het hof achtte echter de tik op de bil op zichzelf niet als ontuchtig, mede omdat er geen direct verband was tussen de opmerkingen en de tik. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs van het ten laste gelegde.
De advocaat-generaal had een geheel voorwaardelijke taakstraf geëist, maar het hof oordeelde dat het bewijs niet voldeed om tot een veroordeling te komen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof op 4 maart 2014.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen.