ECLI:NL:GHDHA:2014:880

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2014
Publicatiedatum
18 maart 2014
Zaaknummer
22-002151-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM wegens schending ne bis in idem-beginsel bij verduistering en diefstal

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor verduistering en diefstal gepleegd in november 2009. De politierechter veroordeelde verdachte tot vier maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.

Het hof heeft in hoger beroep vastgesteld dat verdachte op 21 december 2010 reeds onherroepelijk is veroordeeld voor dezelfde feiten door de politierechter te Rotterdam. Deze eerdere veroordeling betrof onder meer verduistering in dienstbetrekking en diefstal binnen dezelfde periode en locaties.

Gezien de onherroepelijke veroordeling en de identieke feiten oordeelt het hof dat vervolging in deze zaak een schending van het ne bis in idem-beginsel inhoudt. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en vernietigt het het vonnis van de politierechter.

Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het ne bis in idem-beginsel.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002151-13
Parketnummer: 11-246089-11
Datum uitspraak: 5 februari 2014
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Dordrecht van 17 juli 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1984,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 5 februari 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging zal worden verklaard, nu er sprake is van een schending van het ne bis in idem-beginsel.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 11 november 2009 te Hendrik-Ido-Ambacht met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Esso (Nederland B.V.) heeft bewogen tot de afgifte van (74,39 liter) diesel, altans een schuld(bekentenis) ter waarde van 82,50 euro, in elk geval van enig goed/schuld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich voorgedaan als zijnde als zijnde [benadeelde partij] en/of - een schuldbekentenis ingevuld/opgesteld en/of ondertekend als zijnde die [benadeelde partij] waardoor Esso Nederland B.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
2.
hij in of omstreeks de periode van 11 november 2009 tot en met 24 november 2009 te Breda, althans in Nederland, opzettelijk een (bestel)auto (merk Ford, type Transit) en/of 26 (post)pakketen (ter waarde van 6624,37 euro), althans een hoeveelheid (post)pakketen, en/of een geldbedrag van EUR 473,03, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehoorde(n) aan General Logistics Systems Netherlands B.V. en/of JDM, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) en/of geldbedrag verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als chauffeur, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 januari 2014 is de verdachte op 21 december 2010 onherroepelijk veroordeeld door de Politierechter te Rotterdam (parketnummer 10-691205-10). Dit betreft een veroordeling ter zake van een vijftal feiten, waaronder verduistering in dienstbetrekking in de periode van 11 november 2009 tot 24 november 2009 te Breda, alsmede diefstal op 10 november 2009 te Hendrik-Ido-Ambacht.
Door de advocaat-generaal is een uitdraai van een e-mailcorrespondentie overgelegd, inhoudende de tekst van de tenlastelegging in bovengenoemde zaak.
Alles beschouwende is het hof – met de advocaat-generaal – van oordeel dat voornoemde onherroepelijke veroordeling (deels) betrekking heeft op de in de onderhavige zaak tenlastegelegde feiten. Het gaat om dezelfde feiten zoals bedoeld in artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht, zodat de vervolging in de onderhavige zaak een schending van het ne bis in idem-beginsel oplevert.
Gelet op het vorenstaande kan het vonnis waarvan beroep niet in stand blijven, en zal het hof, opnieuw rechtdoende, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. R. van den Bosch.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 februari 2014.
Mr. A. Kuijer is buiten staat dit arrest te ondertekenen.