ECLI:NL:GHDHA:2014:881

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
25 februari 2014
Publicatiedatum
18 maart 2014
Zaaknummer
22-005528-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage op 29 oktober 2012. De dagvaarding werd op 25 september 2012 aan de verdachte uitgereikt, waardoor het hoger beroep binnen veertien dagen na het vonnis ingesteld had moeten worden. De verdachte stelde het hoger beroep echter pas op 29 november 2012 in, wat te laat was.

Tijdens de zitting in hoger beroep voerde de verdediging aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een onbekende ziekte die de verdachte vanaf het moment van dagvaarding tot enkele weken na de eerste aanleg zitting zou hebben belemmerd. Tevens werd verzocht om het horen van drie getuigen die de verdachte in die periode zouden hebben verzorgd.

Het hof oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de verdachte niet in staat was om tijdig hoger beroep in te stellen of een ander daartoe te machtigen. Het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen omdat het hof de verklaring van de verdachte voldoende achtte en het niet horen van deze getuigen de verdediging niet schaadde.

Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het beroep op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding af.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet tijdig instellen en afwijzing van verschoonbaarheid.

Uitspraak

Rolnummer: 22-005528-12
Parketnummer: 09-198635-12
Datum uitspraak: 25 februari 2014
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 29 oktober 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1963,
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De dagvaarding van de verdachte om op 29 oktober 2012 ter terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen is aan de verdachte in persoon uitgereikt op 25 september 2012.
De verdachte had derhalve binnen veertien dagen na het op 29 oktober 2012 gewezen vonnis in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter pas op
29 november 2012 hoger beroep ingesteld.
Ter terechtzitting in hoger beroep is door en namens de verdachte een beroep op de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding gedaan. De verdachte heeft daartoe – kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat hij reeds vanaf de periode van de uitreiking van de dagvaarding op het politiebureau tot enkele weken na de terechtzitting in eerste aanleg aan een onbekende ziekte leed die maakte dat hij niet in staat was aanhouding van behandeling van de zaak te (laten) verzoeken, dan wel om zich binnen twee weken na de uitspraak van het vonnis tot de griffie te wenden om hoger beroep tegen het voormelde vonnis in te stellen of hiertoe een ander te machtigen.
Subsidiair heeft de verdediging een (voorwaardelijk) verzoek gedaan om verdachte’s vrienden [getuige 1] en [getuige 2] en zijn zoon [getuige 3] als getuige te horen, nu deze personen de verdachte gedurende de voornoemde periode hebben verzorgd en derhalve over zijn gezondheidstoestand op dat moment kunnen verklaren.
Het hof is van oordeel dat door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger onvoldoende genoegzaam naar voren is gebracht dat de verdachte niet in staat was om aanhouding van behandeling van de zaak te (laten) verzoeken dan wel om na het wijzen van het vonnis binnen de daarvoor gestelde termijn een ander te machtigen hoger beroep tegen de uitspraak in te stellen. Bij die stand van zaken is er naar ’s hofs oordeel derhalve niet sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Nu het hof reeds op basis van de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft kunnen vaststellen dat geen sprake is geweest van een verschoonbare termijnoverschrijding, kan het horen van genoemde getuigen over de gezondheidstoestand van de verdachte in bedoelde periode achterwege blijven, aangezien deze getuigen slechts door de verdediging zijn verzocht om de verklaring van de verdachte te onderbouwen. Naar het oordeel van het hof wordt de verdachte door het niet horen van die personen als getuige dus niet in zijn verdediging geschaad. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
De verdachte is derhalve niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler, mr. Chr.A. Baardman en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 februari 2014.
Mr. C.J. van der Wilt is buiten staat dit arrest te ondertekenen.