ECLI:NL:GHDHA:2014:881
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- Chr.A. Baardman
- C.J. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage op 29 oktober 2012. De dagvaarding werd op 25 september 2012 aan de verdachte uitgereikt, waardoor het hoger beroep binnen veertien dagen na het vonnis ingesteld had moeten worden. De verdachte stelde het hoger beroep echter pas op 29 november 2012 in, wat te laat was.
Tijdens de zitting in hoger beroep voerde de verdediging aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een onbekende ziekte die de verdachte vanaf het moment van dagvaarding tot enkele weken na de eerste aanleg zitting zou hebben belemmerd. Tevens werd verzocht om het horen van drie getuigen die de verdachte in die periode zouden hebben verzorgd.
Het hof oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de verdachte niet in staat was om tijdig hoger beroep in te stellen of een ander daartoe te machtigen. Het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen omdat het hof de verklaring van de verdachte voldoende achtte en het niet horen van deze getuigen de verdediging niet schaadde.
Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wees het beroep op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding af.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet tijdig instellen en afwijzing van verschoonbaarheid.