ECLI:NL:GHDHA:2015:1016
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.D. Kiers-Becking
- T.G. Lautenbach
- D. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering kinderopvangtoeslag en onrechtmatige daad gastouderbemiddelingsbureau
In deze civiele zaak gaat het om de terugvordering door de belastingdienst van kinderopvangtoeslag die ten onrechte op naam van appellante is aangevraagd en uitgekeerd aan de bankrekeningen van geïntimeerden, een gastouderbemiddelingsbureau en een gastouder. Appellante stelt dat zij niet heeft ingestemd met de aanvragen en dat er geen kinderopvang heeft plaatsgevonden, waardoor sprake zou zijn van onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat appellante onvoldoende onderbouwing bood dat de terugvordering verband hield met haar stellingen en omdat zij haar administratie volledig uit handen had gegeven. In hoger beroep handhaaft het hof deze afwijzing. Het hof acht de stellingen van appellante onvoldoende onderbouwd, mede omdat er schriftelijke bemiddelingsovereenkomsten en betalingsbewijzen zijn overgelegd die wijzen op instemming en daadwerkelijke opvang.
Ook de betwisting van geïntimeerde sub 1 dat hij betrokken was bij aanvragen na 2009 wordt door het hof geaccepteerd. Voor geïntimeerde sub 2 geldt dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor onrechtmatig handelen of ongerechtvaardigde verrijking. Het hof merkt op dat er twijfels zijn over de geloofwaardigheid van appellante, onder meer vanwege inconsistenties in haar verklaringen en het feit dat zij zelf toeslagaanvragen deed in een deel van de periode.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellante af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatigheid of ongerechtvaardigde verrijking.