ECLI:NL:GHDHA:2015:1194
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande bedrijfswoning uit 1958 met een inhoud van circa 482 m3 en een perceel van ongeveer 300 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2012 vast op €252.000, na bezwaar verlaagd naar €235.000. Belanghebbende voerde aan dat de waarde niet hoger is dan €150.000.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de waarde van €235.000. In hoger beroep stelde belanghebbende dat onvoldoende rekening was gehouden met bodemverontreiniging en dat een berging ten onrechte in de waardebepaling was betrokken.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door een taxatierapport met vergelijkingsobjecten. Twee vergelijkingsobjecten werden als minder geschikt beoordeeld, maar twee andere als goed vergelijkbaar. De lagere rekenprijs per m3 ten opzichte van vergelijkingsobjecten compenseert de verschillen, waaronder bodemverontreiniging en een niet-bestaande berging.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €235.000 bevestigd.