ECLI:NL:GHDHA:2015:140
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg borgtochtsovereenkomst en verschuldigdheid wettelijke rente bij faillissement
In deze civiele zaak staat de uitleg van een borgtochtsovereenkomst centraal, waarbij Eurovite Nederland B.V. en Gebo B.V. (Eurovite c.s.) vorderingen instelden tegen [M], die zich privé borg had gesteld voor schulden van [M] Marmer en Tegels B.V., dat failliet werd verklaard. Eurovite c.s. vorderde betaling van openstaande facturen vermeerderd met wettelijke handelsrente, terwijl [M] betwistte dat de borgstelling ook toekomstige schulden omvatte en stelde dat alleen wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro verschuldigd was.
De rechtbank had geoordeeld dat de borgstelling slechts betrekking had op schulden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst en wees een deel van de vorderingen toe, waarbij ook handelsrente werd toegewezen. Het hof bevestigde deze uitleg op basis van de Haviltex-maatstaf en concludeerde dat uit de tekst en omstandigheden niet bleek dat toekomstige schulden onder de borgstelling vielen. Bewijslevering door Eurovite c.s. over mededelingen hierover faalde.
Verder oordeelde het hof dat [M] als particulier borg slechts wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het moment van verzuim, en niet de wettelijke handelsrente. Ten aanzien van proceskosten oordeelde het hof dat partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, waardoor de kosten gecompenseerd worden. Eurovite c.s. werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde rente en proceskosten aan [M]. Het arrest vernietigt het bestreden vonnis voor zover het handelsrente en proceskosten betreft en verklaart dat Eurovite c.s. niets meer van [M] te vorderen heeft.
Uitkomst: De borgstelling geldt niet voor toekomstige schulden en wettelijke rente ex artikel 6:119 BW is verschuldigd; proceskosten worden gecompenseerd en Eurovite c.s. moet teveel betaalde rente en kosten terugbetalen.