ECLI:NL:GHDHA:2015:1434
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens daad van bekendheid
In deze civiele procedure vorderde appellante betaling van een geldlening van €330.000,- van geïntimeerde. Bij verstekvonnis van 31 mei 2006 werd geïntimeerde veroordeeld, maar hij stelde later verzet in.
De rechtbank verklaarde hem ontvankelijk in het verzet en vernietigde het verstekvonnis, omdat appellante niet slaagde in haar bewijsopdracht. In hoger beroep betoogde appellante dat geïntimeerde niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat hij door het voeren van verweer in een Turkse procedure een daad van bekendheid met het vonnis had verricht, waardoor de verzettermijn was verstreken.
Het hof oordeelde dat het voeren van verweer door de advocaat van geïntimeerde in Turkije een aan geïntimeerde toe te rekenen daad van bekendheid opleverde. Geïntimeerde had zelf ook handelingen verricht die zijn bekendheid met het vonnis aantonen. Hierdoor was de verzettermijn overschreden en moest hij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzet. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en veroordeelde geïntimeerde in de kosten.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het verstekvonnis wegens overschrijding van de verzettermijn door een daad van bekendheid.