ECLI:NL:GHDHA:2015:1459
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.M. Dousma-Valk
- M.E. Honée
- T.G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake opeisbaarheid en rechtsgeldigheid opzegging zakelijk investeringskrediet
De zaak betreft een geschil over een zakelijk investeringskrediet van €10.000,- verstrekt door ING aan geïntimeerde, handelend onder de naam [J]. ING vorderde betaling van een bedrag inclusief rente wegens overschrijding van de kredietlimiet op een zakelijke girorekening gekoppeld aan het krediet. De kantonrechter wees de vordering af omdat ING niet had gereageerd op stellingen van geïntimeerde dat telefonisch was toegezegd de vordering niet door te zetten.
In hoger beroep stelde ING dat de opzegging van het krediet rechtsgeldig was en dat geïntimeerde tekortgeschoten was in zijn verplichtingen, waaronder het niet tijdig aanhouden van voldoende saldo op de girorekening. Het hof constateerde dat de kredietlimiet van €5.000,- meermalen was overschreden en dat de schuld aan ING per 3 februari 2009 bestond uit €7.378,15. Hoewel onduidelijk was welke algemene voorwaarden van toepassing waren, achtte het hof dit niet doorslaggevend omdat geïntimeerde geen aanspraak had gemaakt op nakoming en zelf had meegewerkt aan de opheffing van het krediet.
Het hof oordeelde dat de schuld opeisbaar was vanaf de dag van de dagvaarding en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van €7.378,15 met wettelijke rente vanaf die dag. De proceskosten in eerste aanleg werden aan geïntimeerde opgelegd, terwijl de proceskosten in hoger beroep ten laste van ING kwamen vanwege haar afwezigheid bij de comparitie. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van €7.378,15 plus wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.