ECLI:NL:GHDHA:2015:1594
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Husson
- Kamminga
- Koens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie rekening houdend met eigen bijdrage AWBZ en draagkracht
In deze zaak staat de hoogte van de partneralimentatie tussen ex-partners centraal. De man is in een zorginstelling opgenomen en betaalt een hoge eigen bijdrage AWBZ, waardoor zijn draagkracht beperkt is. De vrouw vordert een hogere alimentatie gebaseerd op haar behoefte en het inkomen van de man tijdens het huwelijk.
Het hof overweegt dat de behoefte van de vrouw gelijk is aan bijstandsniveau, omdat partijen in de laatste jaren van het huwelijk leefden op bijstandsniveau en de vrouw dit niet heeft weersproken. De man ontvangt een WIA-uitkering van €1.783,29 netto per maand, waar een eigen bijdrage AWBZ van €1.314,33 per maand van wordt ingehouden. Na aftrek van noodzakelijke kosten blijft er een beperkte draagkracht over.
De vrouw betwist de hoogte van de eigen bijdrage, maar het hof stelt vast dat de man naliet een verzoek tot peiljaarverlegging bij het CAK in te dienen. De man houdt netto circa €468,96 over, waarvan ongeveer €300 bestemd is voor zak- en kleedgeld. Het resterende bedrag leidt tot een draagkracht van circa €120 bruto per maand. Gezien onvoldoende onderbouwing van extra kosten door de man, houdt het hof hier geen rekening mee.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt de partneralimentatie op €120 bruto per maand met ingang van 26 november 2013. Het verzoek van de man tot terugbetaling van te veel betaalde alimentatie behoeft geen behandeling vanwege zijn niet-structurele betalingen door gebrek aan middelen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €120 bruto per maand met ingang van 26 november 2013.