Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 30 juni 2015
[appellante],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
een akte van levering op vierentwintig juli negentienhonderdzesentwintig verleden voor E. van Trigt, is (…) ingeschreven (…) op zeven augustus negentienhonderdzesentwintig (…) in welke akte ondermeer staat vermeld, woordelijk luidende:
Het perceel plaatselijk bekend [adres 1] uitmakende een gedeelte van het gemelde kadastrale perceel gemeente [woonplaats] [sectienummer 4] is nog in eigendom bij verkoper. Ten aanzien van de in de aangehaalde bepaling gevestigde erfdienstbaarheid verklaren partijen dat voor wat betreft gemelde uitweg voor zover gelegen over het bij deze akte verkochte perceelsgedeelte eenzelfde erfdienstbaarheid bij deze gevestigd dient te worden. Mitsdien verklaren partijen bij deze op grond van het vorenstaande bij deze te vestigen ten laste van het bij deze akte verkochte, deel uitmakende van het perceel kadastraal bekend gemeente [woonplaats] [sectienummer 4] en ten nutte van het bij verkoper in eigendom resterende gedeelte van gemeld perceel gemeente [woonplaats] [sectienummer 4] waarop aanwezig de opstallen plaatselijk bekend [adres 1], de erfdienstbaarheid van weg om te komen van en te gaan naar de openbare weg, op de thans bestaande en op de voor het lijdende erf minst bezwarende wijze. (…)”
tot een meter voorbij de oostelijke grenslijn van gemeld perceel [sectienummer 6]”moet daarom volgens [appellante] aldus worden uitgelegd dat hier is bedoeld de woonoppervlakte van het perceel.
inde bebouwing is ingetekend. Dat kan, zonder nadere toelichting, niet bepalend worden geacht voor de uitleg van een eerder gevestigde erfdienstbaarheid. De stelling strookt overigens ook niet met de omstandigheid dat bij het naastgelegen perceel [sectienummer 7] het nummer niet in de bebouwing is geplaatst maar ernaast. Het is op zichzelf juist dat juridisch niet direct is te verklaren dat een erfdienstbaarheid is gevestigd “
voorbijde oostelijke grenslijn”, maar dat staat buiten de verhouding tussen partijen, nog daargelaten dat niet kan worden uitgesloten dat er destijds voor deze zinsnede een verklaring was. Omdat kadastrale tekeningen van de percelen ten tijde van de vestiging van de erfdienstbaarheid ontbreken, kan daarover evenwel geen uitsluitsel meer worden verkregen.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 maart 2014;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot op heden begroot op € 308,- aan verschotten en € 1.788,- aan salaris advocaat.