ECLI:NL:GHDHA:2015:1874
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- P.J.J. Vonk
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning 2012 en 2013 na hoger beroep
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning waarvan de WOZ-waarde voor de kalenderjaren 2012 en 2013 door de Heffingsambtenaar is vastgesteld. Voor 2012 werd de waarde aanvankelijk op €793.000 gesteld, na bezwaar verlaagd naar €763.000. Voor 2013 werd de waarde vastgesteld op €725.000, bezwaar werd ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelde dat de waardes te hoog waren vastgesteld en ging in beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam die de aanslagen bevestigden. Het geschil betrof onder meer de juiste inhoud van de woning, de vergelijkbaarheid van referentiewoningen, de gehanteerde waardepeildata en de procedurele rechten.
Het hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar de waarde correct heeft bepaald op basis van taxatierapporten met vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar zijn. De waardepeildatum en de toestand van de woning zijn volgens de Wet WOZ juist toegepast. De stellingen van belanghebbende over incourantie, inhoudsverschillen en prijsindexatie faalden. Ook procedurele klachten werden verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarden voor 2012 en 2013 bevestigd.