Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 14 juli 2015
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Grief Iis gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de Staat niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens [appellanten] door Norgerhaven, en daarmee Afdeling K, ter beschikking te stellen aan de Noorse autoriteiten, nu [appellanten] daardoor immers noodgedwongen dienden te worden overgeplaatst. [appellanten] stellen dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat het in 2012 ingezette beleid niet speciaal is gericht op Norgerhaven en ook elders kan worden uitgevoerd. Volgens [appellanten] leent juist Norgerhaven zich voor uitvoering van dit beleid waarbij het uitzicht op de landelijke omgeving vanuit iedere cel, een cruciale rol speelt. Ook wijzen zij op het samen kunnen koken, het gebruik van de zogenoemde crearuimte, de recreatieruimte en de tuin met kippen, de aangepaste lucht- en bezoektijden en het gespecialiseerde personeel. Zij stellen dat zij, samen met het personeel, hard hebben gewerkt om een leefbare afdeling te creëren. Voorts wijzen [appellanten] erop dat zij destijds expliciet zijn overgehaald en geselecteerd om te worden geplaatst op Afdeling K. Zij menen dat de belangen van gedetineerden die onder de zorg van de Nederlandse overheid vallen hoe dan ook prevaleren boven die van de Noorse autoriteiten.
Grief IIis gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat voor zover [appellanten] betogen dat zij als groep moeten worden overgeplaatst naar een afdeling van een instelling die op dit moment niet (langer) is aangewezen voor de detentie van (levens)langgestraften, deze vordering moet worden afgewezen. Volgens [appellanten] heeft de voorzieningenrechter in dat verband ten onrechte overwogen dat de aangeboden alternatieven adequaat zijn, althans passend gemaakt kunnen worden. [appellanten] stellen dat er geen concrete alternatieven zijn aangeboden, laat staan adequate alternatieven.
Grief III, tot slot, is gericht tegen de proceskostenveroordeling.
de indrukheeft gewekt dat de Staat zich op dat moment niet veel gelegen liet liggen aan de belangen van (levens)langgestraften.