ECLI:NL:GHDHA:2015:1996
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Stollenwerck
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens ontbreken spoedeisend belang in kort geding
Appellante kwam in hoger beroep tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam in een kort geding. Zij had haar vordering gewijzigd en gepreciseerd, onder meer met betrekking tot afgifte van administratie en activa van een eenmanszaak, en stelde een dwangsom in het vooruitzicht.
Aan geïntimeerde werd verstek verleend. Appellante vroeg pas na een lange periode van inactiviteit arrest, zonder nadere toelichting waarom het spoedeisend belang nog aanwezig zou zijn.
Het hof oordeelde dat het spoedeisend belang niet was aangetoond, mede gezien het lange tijdsverloop sinds het instellen van het hoger beroep en het ontbreken van proceshandelingen. Daarom wees het hof het hoger beroep af en veroordeelde appellante in de kosten van het geding, die aan de zijde van geïntimeerde nihil werden begroot.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten.