ECLI:NL:GHDHA:2015:1997
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Labohm
- Stollenwerck
- Sutorius-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in kort geding over gezamenlijk gezag en buitenlandse reizen met minderjarigen
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat haar verbood zonder toestemming van de man met de minderjarigen naar het buitenland te reizen zolang zij gezamenlijk gezag hadden. Het hof constateerde dat de vrouw haar appeldagvaarding op 4 december 2013 had uitgebracht, maar pas op 21 april 2015 arrest vroeg, ondanks dat de zaak al op 18 februari 2014 voor beraad stond.
Gezien de aard van de vordering en de lange duur van de procedure oordeelde het hof dat er geen spoedeisend belang meer bestond. De vrouw had de kwestie al lang bij de bodemrechter kunnen aanbrengen. Hierdoor verklaarde het hof haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
De grieven van de vrouw werden niet inhoudelijk besproken vanwege deze niet-ontvankelijkheid. Ten aanzien van de proceskosten oordeelde het hof dat, gelet op de relatie tussen partijen als ex-echtgenoten, het redelijk en billijk was dat ieder zijn eigen kosten draagt.
Het arrest werd uitgesproken op 23 juni 2015 door de familiekamer van het Gerechtshof Den Haag, waarbij de vrouw in hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens het ontbreken van spoedeisend belang en haar trage proceshouding.