Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
op of omstreeks1 april 2014 in de hennepkwekerij de ten laste gelegde handelingen heeft verricht.
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter te Rotterdam vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde handelen in strijd met de Opiumwet.
De verdachte werd beschuldigd van het telen, bereiden, bewerken en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten in een pand te Dordrecht, al dan niet in vereniging met anderen. Daarnaast werd hem subsidiair medeplichtigheid aan deze feiten ten laste gelegd.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte deze handelingen heeft verricht of daaraan heeft deelgenomen. Het dossier en het onderzoek ter terechtzitting boden onvoldoende aanknopingspunten om de betrokkenheid van de verdachte vast te stellen.
Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De uitspraak werd gedaan op 23 juli 2015 door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het ten laste gelegde handelen in strijd met de Opiumwet wegens onvoldoende bewijs.