Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- op 7 april 2015 een akte houdende aanvullend verweer/ verzoeken tevens akte overlegging producties;
- op 8 april 2015 een faxbericht van diezelfde datum.
- bepaald, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, uitvoerbaar bij voorraad, tegen kwijting aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 475,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
- de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen vastgesteld en uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de vrouw veroordeeld tot betaling aan de man van € 11.287,25 in verband met de door de man noodzakelijk gemaakte onderhoudskosten met betrekking tot de woning te [woonplaats] , te voldoen binnen twee weken na betekening van deze beschikking;
- de vrouw veroordeeld tot betaling aan de man van € 180.250,- zulks ten titel van vergoeding van de schade die de man door het onrechtmatig handelen van de vrouw jegens hem heeft geleden, te voldoen binnen twee weken na de datum van deze beschikking;
- afgewezen het vrouw om vergoeding door de man aan de vrouw een bedrag van €40.000,-.
- het verzoek van de man aangaande de matiging van de partneralimentatie vanwege de aantasting van de lotsverbondenheid alsnog af te wijzen;
- te bepalen dat de man een partneralimentatie aan de vrouw zal voldoen van € 17.820,- per maand, dan wel een bijdrage als het hof juist acht;
- het verzoek van de man tot veroordeling van de vrouw tot betaling van een bedrag van € 11.287,25 aan de man in verband met onderhoudskosten met betrekking tot de woning te [woonplaats] , alsnog af te wijzen;
- te bepalen dat de Porsche aan de man wordt toegedeeld, onder de verplichting om de helft van € 67.500,- althans de helft van € 52.500,-, althans de helft van een door een deskundige te taxeren waarde aan de vrouw te voldoen;
- het verzoek van de man tot veroordeling van de vrouw tot betaling van een bedrag van € 180.250,- aan hem op grond van onrechtmatige daad alsnog af te wijzen;
- de man te veroordelen tot betaling aan de vrouw van € 43.959,22, zulks ten titel van vergoeding van hetgeen de man ten bate van zichzelf heeft onttrokken aan het vermogen van de vrouw, althans aan het vermogen van de vrouw had dienen toe te voegen;
- de man te veroordelen om te bewerkstelligen dat [naam] B.V. een door het hof te bepalen bedrag zal betalen aan een door de vrouw aan te wijzen verzekeraar ter zake van pensioenverevening;
- de man de veroordelen om te bewerkstelligen dat [naam] B.V. een door het hof te bepalen bedrag zal betalen aan een door de vrouw aan te wijzen verzekeraar ter afstorting van de ten behoeve van haar opgebouwde pensioenreserves;
- primair: de vrouw te veroordelen om de man te betalen een bedrag van € 180.250,- zulks binnen twee weken na betekening van de te dezen te geven beschikking in hoger beroep, dan wel
- subsidiair: indien en voor zover het primair verzochte niet kan worden toegewezen, de bestreden beschikking op dit punt te bekrachtigen, mét bepaling dat die veroordeling uitvoerbaar bij voorraad zal zijn;
- de bestreden beschikking ten aanzien van de veroordeling van de vrouw om aan de man € 11.287,25 te betalen, te bekrachtigen, mét bepaling dat die veroordeling uitvoerbaar bij voorraad zal zijn;
- de vrouw te veroordelen om aan de man te betalen een bedrag van € 57.500,- ten titel van vergoeding van door de vrouw uit de levenslooprekeningen van partijen onttrokken gelden voor privé gebruik;
- een deskundige, zijnde een register valuator geregistreerd bij het Nederlands Instituut voor Register Valuators, te benoemen die als opdracht zal krijgen de waarde per 13 december 2011 te bepalen van de door de vrouw gehouden aandelen in [naam] B.V. en de vrouw te veroordelen om aan de man te betalen een bedrag ter grootte van de helft van die waarde.
Partneralimentatie
Reparatie van de woning
Waarde van de Porsche
Vordering van de man op de vrouw van € 180.250,-
Vordering van de vrouw op de man van € 40.000,-
Vordering salaris
Levenslooprekening
Pensioenafstorting
Aandelen
In het geding brengen van stukken op grond van
artikel 22 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering
- de aangifte Inkomstenbelasting over de afgelopen drie jaar;
- de aangifte Vennootschapsbelasting van [naam] B.V. over de afgelopen drie jaar;
- de jaarrekeningen van [naam] B.V. over de afgelopen drie jaar;
- de statuten van [naam] B.V. ;
- een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel van [naam] B.V..
- de aangifte Vennootschapsbelasting van [naam] B.V. en [naam] B.V. over de afgelopen drie jaar;
- de jaarrekeningen van [naam] B.V. en [naam] B.V. over de afgelopen drie jaar;
- de statuten van [naam] B.V. en [naam] B.V.;
- een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel van [naam] B.V. en [naam] B.V.
- de pensioenbrieven van het in eigen beheer ten behoeve van beide partijen opgebouwde pensioen.
- de pensioenberekeningen van het in eigen beheer ten behoeve van beide partijen opgebouwde pensioen over de afgelopen drie jaar.