ECLI:NL:GHDHA:2015:2188
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.G. Lautenbach
- M.P.J. Ruijpers
- C.G. Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtsgeldige huurovereenkomst en eerste recht van koop woning
De zaak betreft een geschil over de vraag of er een rechtsgeldige huurovereenkomst tot stand is gekomen tussen appellant en betrokkene 1, de voormalige eigenaar van een woning. Appellant woont sinds 2010 in de woning en heeft huurbetalingen gedaan, deels contant aan een beheerder en deels door verrekening van schulden van betrokkene 1. De woning is in 2012 door de Staat verkregen via een strafrechtelijke transactie.
De kantonrechter had een tussenvonnis gewezen waarin appellant bewijs mocht leveren van huurbetalingen en verbouwingskosten. In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat aan de essentiële voorwaarden van een huurovereenkomst is voldaan: het gebruik van de woning door appellant en de verplichting tot betaling van een substantiele tegenprestatie. Het feit dat de huurbetalingen niet rechtstreeks aan de verhuurder zijn gedaan, staat het bestaan van de huurovereenkomst niet in de weg.
Voorts heeft appellant een schriftelijke huurovereenkomst overgelegd waarin ook een eerste recht van koop is opgenomen. Het hof acht deze overeenkomst rechtsgeldig en bindend, mede gelet op de afgegeven volmacht door betrokkene 1 aan haar gevolmachtigde. De Staat is als rechtsopvolger gehouden aan deze afspraken, inclusief het eerste recht van koop, omdat de investeringen van appellant in de woning verband houden met dit recht.
De vorderingen van appellant worden grotendeels toegewezen, waaronder het respecteren van de huurovereenkomst en het eerste recht van koop. De reconventionele vorderingen van de Staat worden afgewezen. Het tussenvonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant huurder, bevestigt de huurovereenkomst en veroordeelt de Staat tot respecteren van het eerste recht van koop.