Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
Het verweer stoelt hoofdzakelijk op de stelling van de verdediging dat het binnendringen in een besloten lokaal eerst wederrechtelijk is wanneer de verdachte zich niet aanstonds na de vordering van de rechthebbende heeft verwijderd. Deze stelling is naar het oordeel van het hof onjuist. Bestudering van de wettekst van artikel 138 van Pro het Wetboek van Strafrecht (WvSr) leert dat de strafbaarstelling van lokaalvredebreuk twee varianten behelst. De eerste variant betreft het wederrechtelijk binnendringen van een lokaal dat in gebruik is bij een ander, en de tweede variant het wederrechtelijk in een besloten lokaal vertoeven en zich niet aanstonds op vordering van de rechthebbende verwijderen. In de onderhavige zaak is de eerste variant tenlastegelegd.