Uitspraak
- de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 14 januari 2009 gewijzigd in die zin, dat de daarbij aan de man opgelegde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de na te noemen minderjarige met ingang van 7 maart 2014 tot 1 oktober 2014 wordt bepaald op nihil en met ingang van 1 oktober 2014 op € 210,58 per maand;
- de beschikking van dit hof van 3 maart 2010 gewijzigd in die zin, dat de daarbij aan de man opgelegde uitkering tot levensonderhoud van de vrouw met ingang van 7 maart 2014 tot 1 oktober 2014 wordt bepaald op nihil en met ingang van 1 oktober 2014 € 231,- per maand blijft;
- bepaald dat de vrouw hetgeen zij uit hoofde van voormelde wijzigingen van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding en de uitkering tot levensonderhoud inmiddels te veel aan alimentatie van de man heeft ontvangen, niet aan hem behoeft terug te betalen;
- deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
Kinderalimentatie
Partneralimentatie
.De man betoogt dat het de eigen keuze van de vrouw is geweest om na het verbreken van de relatie met de man nog twee kinderen te krijgen. Inmiddels heeft zij ook nog een vierde kind gekregen. De vrouw dient zelf de consequenties te dragen van haar keuze om nadien nog drie kinderen te krijgen, aldus de man. Door haar keuze kan zij geen gebruik maken van haar verdiencapaciteit en ontvangt zij een uitkering van de gemeente in plaats van een inkomen.