Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de advocaat van de vader;
- mevrouw [X] namens de gecertificeerde instelling;
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
Kamerstukken II,vergaderjaar 1993-1994, 23 003, nr. 5 (MvA), p. 23). Toepassing van die twee weken termijn vormt naar het oordeel van het hof in de onderhavige zaak geen ongerechtvaardigde inmenging in het familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De vader heeft namelijk een rechtsmiddel voorhanden gehad om op te komen tegen een hem onwelgevallige aanwijzing. Van strijd met het door artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op toegang tot de rechter is evenmin sprake. Met de in de wet opgenomen beroepstermijn van twee weken is sprake van een “effective remedy” als bedoeld in artikel 13 EVRM Pro (“recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel”), zodat een beroep van de vader op dat artikel ook niet slaagt. Bovendien heeft de wetgever voorzien in de mogelijkheid om buiten de twee weken termijn beroep in te stellen indien sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 1:259 lid Pro 4 (oud) BW. Ook een beroep op de verschoonbare termijnoverschrijding mag de vader niet baten. De vader heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de overschrijding redelijkerwijs niet aan hem valt te verwijten. Door de vader is weliswaar gesteld dat hij de schriftelijke aanwijzing kwijt is geraakt, maar dit komt voor zijn rekening en risico.