Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 28 juli 2015
[naam 1] , handelend onder de naam FIDO VITAE INTERNATIONAL TRADING,
[naam 2] , voorheen handelend onder de naam FOREVER TRADING,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“Wijze van samenwerking:
“Verantwoordelijkheden bij de bedrijfsvoering:
3.2 “Machtigingsdocument:
) the goods and should be bore (born, hof
) by both parties (…)”.
- If party B sell the goods, party A should distribute certain percentage of profits to party B according to the quantity it sell (see table five) (…).”
“Costs to be deducted (RMB):
a) Customs clearance 24.850;
”Gross Profit (RMB)”)resteert van 284.050 RMB, waarvan volgens het overzicht aan Jiheng 273.000 RMB toekomt, zodat voor [appellante] / [haar echtgenoot] en [geïntimeerde] tezamen een bedrag resteert van (
“Proceeds left for Forever and Fido (RMB”) 11.050 RMB, oftewel ongeveer € 1.306,--.
- dat [appellante] de wijn heeft laten verschepen naar Jiheng en Jiheng door [appellante] werd gebruikt als adres van de wijn in China;
- dat er diverse malen contact is geweest tussen [haar echtgenoot] (namens [appellante] ) en Jiheng;
- dat [appellante] interesse had in samenwerking met Jiheng voor de verkoop van de wijn;
- dat diverse concepten van Overeenkomst B aan [appellante] zijn voorgelegd;
- dat [haar echtgenoot] (namens [appellante] ) diverse wijzigingen heeft voorgesteld in de concepten van overeenkomst B, die vervolgens zijn doorgevoerd;
- dat [appellante] geen bezwaar heeft gemaakt tegen het bepaalde in (concepten van) Overeenkomst B over te maken kosten in Clause Two en het aan Jiheng toekomende percentage van de winst in Clause Four;
- dat [appellante] blijkens de een mail aan [geïntimeerde] van 15 juni 2011 (productie 28 CvA) op de hoogte was van de op 26 mei 2011 tussen [geïntimeerde] en Jiheng getekende Overeenkomst B en daartegen toen en in de maanden daarna geen bezwaar heeft gemaakt (dat gebeurde pas voor het eerst in de brief van zijn advocaat van 4 oktober 2011 (productie 5 ID)), maar integendeel heeft aangedrongen op het opnieuw tekenen daarvan in haar mail van 15 juni 2011 aan [geïntimeerde] :
- dat hij verantwoordelijk was voor de verkoop van de wijn in China,
- dat hij daarbij verplicht was zich in te spannen om een (in redelijkheid) zo hoog mogelijke opbrengst tegen zo laag mogelijke kosten te realiseren en
- dat hij met Jiheng diende af te rekenen in overeenstemming met het bepaalde in Overeenkomst B,
exclusiefde door [appellante] en [geïntimeerde] betaalde inkoopkosten van de wijn). Vermeerderd met de inkoopprijs van de wijn van, uitgaande van de in Overeenkomst B genoemde koers 1:10, 348.214 RMB zijn de totale kosten zodanig dat er geen sprake is van winst nu de kosten de opbrengst van 700.000 RMB overtreffen. Daarvan uitgaande is er geen grond is voor toekenning van een winstpercentage aan Jiheng op grond van Clause Four van Overeenkomst B, waarin immers is bepaald dat Jiheng bij verkoop recht heeft op een “certain percentage of profits”. Dit geldt ook als wordt uitgegaan van een (in de stukken genoemde voor de Yuan gunstigste) koers van 1:7,75, in welk geval de inkoopprijs in Yuan 269.865,85 RMB zou bedragen. [geïntimeerde] heeft niet gemotiveerd betwist dat Jiheng (op grond van Clause Four) geen aanspraak kon maken op een winstpercentage als er geen winst was. Uitgaande van het bovenstaande komt op grond van Overeenkomst B aan [geïntimeerde] en [appellante] tezamen een bedrag toe van 700.000 – 415.950 = 284.050 RMB en heeft Jiheng daarop ten onrechte een bedrag van 273.000 RMB ingehouden, zodat [appellante] op de door haar gevorderde helft van laatstgenoemd bedrag aanspraak kan maken. Nu [appellante] haar vordering tot dat bedrag heeft beperkt behoeft het hof niet in te gaan op het bepaalde in Clause Two, onder 2, dat de (meer)kosten boven de “final costs” door partijen gezamenlijk worden gedragen en de vraag of Jiheng in strijd daarmee de volledige kosten in rekening heeft gebracht.
Beslissing
- veroordeelt [geïntimeerde] om aan [appellante] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 17.084,81, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 november 2011;
- compenseert de kosten van de procedure in eerste aanleg, des dat partijen ieder de eigen kosten dragen;
- wijst af het meer of anders gevorderde;