Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Beschikking d.d. 4 augustus 2015
ING BANK N.V. (mede handelend onder de naam WESTLANDUTRECHT BANK),
[de man],
[de vrouw],
DE ONBEKENDE (ONDER)HUURDERS C.Q. GEBRUIKERS, verblijvend aan de [adres 1] te Rotterdam.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat centraal of ING Bank het huurbeding in een hypotheekakte kan inroepen tegen een huurder die een huurovereenkomst heeft gesloten vóór de vestiging van de hypotheek. De woning was in gezamenlijk eigendom van [de man] en [de vrouw], die na beëindiging van hun relatie een huurovereenkomst sloten waarbij [de vrouw] de woning huurde van [de man].
De voorzieningenrechter wees het verzoek van ING af omdat de huurovereenkomst ouder was dan de hypotheek. ING ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is en dat het huurbeding niet kan worden ingeroepen tegen de huurder. Het hof oordeelde dat de huurovereenkomst voldeed aan de wettelijke eisen en dat de verklaringen van [de man] onvoldoende overtuigend waren om dit te betwisten.
Het hof verwierp ook het verweer dat de huurovereenkomst in strijd zou zijn met de openbare orde of onaanvaardbaar zou zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. ING werd veroordeeld in de proceskosten van [de vrouw].
Uitkomst: Het beroep van ING wordt afgewezen en het huurbeding kan niet worden ingeroepen tegen de huurder vanwege de oudere huurovereenkomst.