Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- op 25 juni 2015 een brief van 24 juni 2015 met bijlagen;
- op 7 juli 2015 een brief van 6 juli 2015 met bijlagen.
- de bestreden beschikking te vernietigen voor zover daarin het verzoek van de vrouw tot wijziging van de partneralimentatie is afgewezen, en
- te bepalen dat de man aan de vrouw een bijdrage in haar levensonderhoud vanaf 1 juni 2008 van € 6.594,97, per 1 januari 2009 € 6.852,17, per 1 januari 2010 € 7.009,77, per 1 januari 2011 € 7.072,86, per 1 januari 2012 € 7.164,81, per 1 januari 2013 € 7.328,61, per 1 januari 2014 € 7.352,19 en per 1 januari 2015 € 7.411,01 dient te voldoen dan wel een bedrag dat het hof in goede justitie gerechtvaardigd acht, kosten rechtens.
- in principaal hoger beroep te bepalen dat de grieven van de vrouw ongegrond zijn, althans niet slagen en haar verzoeken dientengevolge af te wijzen;
- in het incidenteel hoger beroep te bepalen dat de man vanaf 1 januari 2014 aan de vrouw een zodanige bijdrage in haar levensonderhoud dient te betalen als hetgeen zijn huidige draagkracht toelaat, dan wel een zodanig bedrag als het hof in goede justitie meent te moeten vaststellen.
Behoefte
- over de periode van 1 januari 2014 tot 27 december 2014: € 3.156,- per maand te verminderen met een verdiencapaciteit van € 1.508,- per maand = € 1.648,-;
- over de periode van 27 december 2014 tot 27 december 2015: € 2.744,- per maand te verminderen met een verdiencapaciteit van € 1.508,- per maand = € 1.236,-;
- over de periode van 27 december 2015 tot 27 december 2016: € 2.332,- per maand te verminderen met een verdiencapaciteit van € 1.508,- per maand = € 824,-;
- over de periode van 27 december 2016 tot 27 december 2017: € 1.920,- per maand te verminderen met een verdiencapaciteit van € 1.508,- per maand = € 412,-;
- met ingang van 27 december 2017: € 1.508,- per maand te verminderen met €1.508,- per maand = nihil.