ECLI:NL:GHDHA:2015:2899
Gerechtshof Den Haag
- Voorlopige voorziening
- E.A. Mink
- L.F.A. Husson
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing en zekerheidstelling bij executie pensioenverevening
In deze civiele procedure heeft de man hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter Rotterdam waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een bedrag ter verevening van pensioenrechten aan de vrouw. De man verzocht in incidentele vorderingen om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis op grond van artikel 351 Rv Pro, dan wel zekerheidstelling op grond van artikel 235 Rv Pro. Hij stelde dat het vonnis prematuur werd uitgevoerd omdat de peildatum voor pensioenverevening volgens hem onjuist was vastgesteld en het vonnis in hoger beroep zou worden vernietigd.
De vrouw stelde dat zij belang had bij onmiddellijke uitvoering van het vonnis omdat zij al jaren van een minimuminkomen leeft en het vonnis haar de mogelijkheid biedt zich permanent te vestigen. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag in het vonnis en dat de man onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld die niet eerder door de kantonrechter waren meegewogen. Ook was de financiële onderbouwing van de noodzaak tot zekerheidstelling onvoldoende.
Het hof concludeerde dat het belang van de vrouw bij uitvoering van het vonnis zwaarder weegt dan het belang van de man bij schorsing. De incidentele vorderingen werden afgewezen, de beslissing over de kosten aangehouden tot de hoofdzaak en de zaak verwezen voor verdere behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging en zekerheidstelling worden afgewezen.