In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het telen en handelen in hennep in een pand te 's-Gravenhage. De tenlastelegging betrof het bezit en teelt van hennep in de periode van november 2012 tot januari 2013. Bij een politieonderzoek werd een hennepkwekerij aangetroffen, waarbij een vingerafdruk van verdachte op een assimilatielamp werd gevonden. Ook werd een blikje Red Bull met speeksel van de broer van verdachte aangetroffen.
De eigenaar van het pand verklaarde het te hebben verhuurd aan een derde, die als getuige verklaarde het pand en de eigenaar niet te kennen en vermoedde identiteitsfraude bij het huurcontract. Verdachte ontkende het pand te kennen en gaf geen verklaring voor zijn vingerafdruk.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te verbinden aan de tenlasteleggingen. Het zwijgen van verdachte kon niet tegen hem worden gebruikt en de vingerafdruk op een verplaatsbaar object was onvoldoende bewijs. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.