Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 17 november 2015
[naam],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“hierbij het volgende zoals besproken en overeengekomen echter 2 versies (…).”Bij die fax was een document gevoegd waarop onder meer is vermeld:
“[geïntimeerde] gaat niet in cassatie, wanneer het volgende wordt afgesproken.(…) [geïntimeerde] en/of bewoner van pand [adres 1] zal geen bezwaar aantekenen tegen wijzigen bouwlokatie, zolang deze 10 meter of verder uit de oostgevel blijft van het pand [adres 1] [ of uit de denkbeeldig doorgetrokken rechte oostgevellijn naar het water ].”
“De concept-tekst die u mij vanochtend per fax deed toekomen is, op een tweetal door partijen nog besproken wijzigingen na, akkoord. Voor de goede orde geef ik daarom integraal de tussen partijen gekozen tekst hier weer, zodat daarover geen onduidelijkheid meer kan ontstaan: (…) [geïntimeerde] en/of bewoner van pand [adres 1] zal geen bezwaar aantekenen tegen wijzigen bouwlokatie, zolang deze 10 meter of verder uit de oostgevel blijft van het pand [adres 1] (of uit de denkbeeldig doorgetrokken rechte oostgevellijn naar het water).”Deze brief is door [appellant] en [geïntimeerde] ondertekend.
“Voor de goede orde noteer ik dat ik de afspraken die zijn vastgelegd in de brief van Mr F. Haak van Schaap & Partners van 20 januari jl. heb opgenomen in de concept-leveringsakte. Ter controlering heb ik het concept van de leveringsakte eveneens toegezonden naar uw advocaat, Mr N. Lagerweij (…).”
“Partijen zijn nog nader overeengekomen dat: (…) de bewoner en/of eigenaar van het pand aan de [adres 1] te Bergschenhoek zal geen bezwaar aantekenen tegen wijziging bouwlokatie, zolang deze tien meter of verder uit de oostgevel blijft van het pand aan de [adres 1] te Bergschenhoek (of uit de denkbeeldig doorgetrokken rechte oostgevellijn naar het water).”
Grief Iis gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat een aanbouw aan de woning ook deel uitmaakt van de woning, zodat de term “bouwlokatie” ook daarvoor geldt. De grieven
II tot en met VIrichten zich op verschillende gronden tegen de uitleg die de rechtbank heeft gegeven aan de in de akte van levering opgenomen afspraak tussen partijen. Grief VI bevat subsidiair het betoog dat [geïntimeerde] zich naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet op de betreffende afspraak kan beroepen. Met
grief VIIkomt [appellant] op tegen de (hoogte van de) opgelegde dwangsom en met
grief VIIItegen de toewijzing van de vordering als zodanig en de proceskostenveroordeling.
bezwaarzal aantekenen tegen
wijziging van de bouwlokatie, zolang deze tien meter of verder uit de oostgevel blijft. Daarmee nam [geïntimeerde] volgens de bewoordingen van de overeenkomst de verplichting op zich om het maken van bezwaar in die situatie achterwege te laten en werd het voor [appellant] aantrekkelijk om zijn woning daar te situeren waar [geïntimeerde] daartegen geen bezwaar zou kunnen maken.
beperkt, niet logisch, maar is veeleer aannemelijk dat ook beoogd is een regeling te treffen die niet uitsluitend de bezwaarmogelijkheden voor [geïntimeerde] beperkte, maar ook de mogelijkheden tot nieuwbouw van [appellant].
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [appellant] om aan [geïntimeerde] een dwangsom te betalen van € 250,- per dag voor iedere dag dat hij zich niet aan de in 5.2 van het vonnis van 20 augustus 2014 uitgesproken hoofdveroordeling houdt, tot een maximum van € 250.000,- is bereikt;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op € 308,- aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat en bepaalt dat de wettelijke rente over deze bedragen verschuldigd is vanaf de vijftiende dag na dit arrest;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.