Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest d.d. 13 oktober 2015
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
.Gezien het feit dat de vrouw ook contractant was en is van de [naam bank] had zij in 2007 en ook nadien de bank kunnen verzoeken om haar te ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid. Zijzelf of haar advocaat hadden aan de bank kunnen vragen wat de voorwaarden waren of zijn om haar te ontslaan uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid. Het enkele feit dat zij de inspanningen heeft overgelaten aan de man ontslaat haar niet van haar eigen verantwoordelijkheid. In de periode van 2007 tot 2012 heeft zij niet bij de man geïnformeerd wat de stand van zaken was. Ter zitting heeft het hof van de vrouw vernomen dat de vrouw, haar nieuwe partner en de man in 2012 naar de [naam bank] zijn gegaan aangezien de vrouw en haar nieuwe partner een woning wensten aan te schaffen. Dat dit bezoek aan de [naam bank] niet tot het gewenste resultaat heeft geleid komt niet voor rekening en risico van de man. Uit de stellingen van de vrouw volgt dat zij wist en weet dat het sinds de kredietcrisis moeilijk is om een hypothecaire geldlening te verkrijgen. Zij geeft ook aan dat het beleid van de [naam bank] inhoudt dat bij het verstrekken van geldleningen gekeken wordt naar inkomen en minder naar zekerheden. Ook geeft de vrouw aan dat er wellicht een onderwaarde rust op het onroerend goed dat partijen in mede-eigendom toebehoort. Ter zitting heeft de vrouw niet kunnen aangeven welke gegevens de man nog aan de [naam bank] moet verstrekken. Op vragen van het hof heeft de man geantwoord dat hij in de vorm van een BV een [bedrijf] exploiteert. De man is in dienst van de BV. Voorts zijn twee parttime medewerkers in dienst. Voorts heeft de man aangegeven dat de BV de afgelopen jaren verlieslatend is geweest. Gezien de aard van de werkzaamheden van de man acht het hof het verhaal van de man geloofwaardig dat de BV verlies heeft geleden. Voorts onderschrijft het hof de stelling van de vrouw dat banken bij kredietverstrekking meer naar de inkomstenkant van de betrokkene kijkt dan naar het feit of hij zekerheden kan verstrekken.