ECLI:NL:GHDHA:2015:33
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg beding in vaststellingsovereenkomst inzake inkomensaanvulling na dienstongevallen
De zaak betreft een geschil tussen [appellant], voormalig trambestuurder bij HTM, en HTM Personenvervoer N.V. over de uitleg van bepalingen in een beëindigingsovereenkomst en een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot inkomensaanvulling na dienstongevallen. [Appellant] vordert dat HTM aanvullingen betaalt over de periode vanaf 1 april 2012 tot aan zijn pensioendatum, nadat zijn WIA-uitkering aanzienlijk werd verlaagd.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelt vast dat de vaststellingsovereenkomst en beëindigingsovereenkomst afzonderlijk zijn gesloten en dat de vaststellingsovereenkomst niet de beëindigingsovereenkomst vervangt. Het hof past de Haviltex-maatstaf toe en concludeert dat [appellant] redelijkerwijs mocht verwachten dat het 'IPAP-gat' door verzekeraars zou worden gedekt, en dat HTM hiervoor instond.
Het hof verwerpt HTM’s stelling dat de aanvulling beperkt zou zijn tot een lager bedrag corresponderend met een FPU-uitkering. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt HTM tot betaling van een bruto bedrag van €17.750,64 plus wettelijke rente en maandelijkse bruto betalingen vanaf april 2013 tot 11 september 2013, met aftrek van WGA-uitkering en ABP-invaliditeitspensioen. HTM wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: HTM wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde inkomensaanvulling en kosten, en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.