Uitspraak
hebbenverdachte en zijn mededader,
Strafbaarheid van de verdachte
BESLISSING
geen straf of maatregelwordt opgelegd.
Gerechtshof Den Haag
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Rotterdam inzake belaging gepleegd door verdachte en zijn echtgenote jegens hun dochter, schoonzoon en twee kleinkinderen.
Het hof achtte bewezen dat verdachte in de periode van 11 maart 2007 tot en met 11 maart 2011 stelselmatig en opzettelijk inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van zijn dochter en haar gezin met het oogmerk hen te dwingen iets te dulden of vrees aan te jagen. Dit betrof onder meer het maken van foto's, het sturen van brieven en het ophouden in de nabijheid van woning, school en sportvereniging van het gezin.
Hoewel het openbaar ministerie ontvankelijk werd verklaard en het ten laste gelegde bewezen, oordeelde het hof dat geen straf of maatregel opgelegd wordt. Dit vanwege de verstoorde familierelatie, het verdriet, het blanco strafblad en de leeftijd van verdachte. Het hof benadrukte dat verdachte en mededader het respect moeten opbrengen voor het niet willen onderhouden van contact door het gezin.
Het arrest vernietigt het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van hetgeen niet bewezen werd verklaard. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde wordt bevestigd, maar geen straf volgt.
Uitkomst: Verdachte is schuldig aan medeplegen van belaging, maar het hof legt geen straf of maatregel op.