Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- de door de vrouw met ingang van 17 maart 2014 te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige [persoon] bepaald op € 53,- per maand, telkens bij vooruitbetaling direct aan de jongmeerderjarige te voldoen;
- de door de vrouw met ingang van 17 maart 2014 te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige [persoon] bepaald op € 69,- per maand, telkens bij vooruitbetaling direct aan de jongmeerderjarige te voldoen;
- deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het verzoek van de man tot vaststelling van een door de vrouw te betalen onderhoudsbijdrage voor de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], afgewezen;
- het verzoek van de man tot wijziging van de partneralimentatie afgewezen;
- de man veroordeeld in de kosten van de procedure met betrekking tot partneralimentatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vrouw begroot op € 3.000,-;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
- te bepalen dat de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de jongmeerderjarigen en de minderjarigen dient te voldoen met ingang van 1 januari 2014 tot 17 maart 2014 van € 166,- per kind per maand telkens bij vooruitbetaling aan de man te voldoen;
- te bepalen dat de vrouw met ingang van 17 maart 2014 telkens bij vooruitbetaling een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie dient te voldoen voor en aan [de jongmeerderjarige] van € 186,- per maand en voor en aan Sebastiaan een bedrag van € 142,- per maand;
- te bepalen dat de vrouw met ingang van 17 maart 2014 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] dient te voldoen aan de man, telkens bij vooruitbetaling van € 171,- per maand;
- te bepalen dat de door de man te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 januari 2014 op nihil wordt gesteld;
- met compensatie van de proceskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.
€ 1.945,-. De draagkracht van de vrouw bedraagt volgens de formule afgerond
€ 351,-.
BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
€ 117,- per maand per kind;