Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- partijen zijn tot 26 oktober 2009 gehuwd geweest en zijn de ouders van:[minderjarige], geboren te [geboorteplaats][in] 2007, hierna te noemen: de minderjarige;
- de ouders hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige;
- de minderjarige heeft zijn hoofdverblijf bij de moeder;
- de minderjarige staat nog altijd onder toezicht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
.De vader stelt zich op het standpunt dat de moeder onvoldoende concreet heeft aangetoond wat er in de weg staat aan het gezamenlijk uitoefenen van het gezag. De vader wijst er op dat de moeder al vanaf de echtscheiding het eenhoofdig gezag tracht te verkrijgen. Daartoe bestaat volgens de vader echter geen enkele aanleiding. De vader stelt dat hij op een positieve wijze invulling geeft aan het gezag en dat hij medewerking verleent aan al datgene wat nodig is in het belang van de minderjarige. De vader is bereid met de moeder te communiceren. Dat de moeder tot op heden niet wil communiceren met de vader is naar de mening van de vader onvoldoende reden om het eenhoofdig gezag aan de moeder toe te kennen.
“Het hof neemt daarbij in aanmerking dat contact tussen de minderjarige en de vader in het belang van zijn identiteit en ontwikkeling noodzakelijk is. Voorts is niet gebleken van contra-indicaties aan de zijde van de vader die contact tussen hem en de minderjarige in de weg zouden staan. Dat de door de moeder genoemde spanningsklachten van de minderjarige gerelateerd zijn aan de contacten met de vader, is niet gebleken. De moeder heeft haar stelling niet met stukken onderbouwd, zoals een schriftelijke verklaring van de huisarts. Het ligt op de weg van Jeugdzorg om – indien zij dat noodzakelijk acht – alsnog nader onderzoek te initiëren in het kader van de ondertoezichtstelling.”