ECLI:NL:GHDHA:2015:3734
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Van Kempen
- Kamminga
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming skeletstatus bij vermoeden mishandeling minderjarige
In deze zaak staat de vervangende toestemming voor een medische behandeling van een minderjarige centraal, waarbij de gecertificeerde instelling een skeletstatus wilde laten uitvoeren vanwege vermoedens van kindermishandeling.
De ouders waren het niet eens met de voorwaarden die aan hun toestemming werden verbonden, met name de eis dat zij niet bij de behandeling aanwezig mochten zijn. Zij gaven aan wel toestemming te hebben gegeven voor het onderzoek zelf, maar niet voor de beperkingen daaromheen. De gecertificeerde instelling stelde dat de ouders het onderzoek belemmerden en niet in het belang van de minderjarige handelden.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht vervangende toestemming had verleend, mede vanwege de noodzaak van een ongestoord onderzoek en de spoedeisendheid gezien de jonge leeftijd van het kind. De communicatieproblemen en emoties van de ouders werden erkend, maar het belang van het onderzoek woog zwaarder. Het verzoek van de ouders om een getuige te horen werd afgewezen omdat het niet ging om het al dan niet weigeren van toestemming, maar om de voorwaarden die daaraan waren verbonden.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af, waarmee de vervangende toestemming voor het medisch onderzoek gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming voor de skeletstatus zonder voorwaarden van de ouders.