Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- de echtscheiding;
- de door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw, hierna ook partneralimentatie;
- de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap.
- het door de man in eerste aanleg verzochte wordt afgewezen;
- de man te veroordelen om met een bedrag van € 1.200,- bruto per maand, althans met een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag, bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw, maandelijks bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, voor iedere eerste van de maand;
- te bepalen dat ieder der partijen zijn/haar schulden voor eigen rekening dient te nemen, zonder dat in hun onderlinge verhouding een verplichting bestaat om bij te dragen aan de schulden van de ander;
- te bepalen dat ieder zijn/haar eigen bankrekeningen behoudt, zonder verrekening van saldi;
- te bepalen dat de totale inboedel wordt gewaardeerd op € 15.000,-, althans op een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag en de man te veroordelen om de helft van de waarde van de inboedel aan de vrouw te vergoeden;
- te bepalen dat de goederen behorende tot de eenmanszaak [X] van de man worden toebedeeld aan de man en de man te veroordelen om de helft van de waarde, gesteld op