Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 27 januari 2015
[naam],
[naam],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“Zoals toegelicht heeft cliënt behoefte aan meer leefruimte en heeft in dit kader zowel het appartement [adres 1] als [adres 2] in gebruik genomen. Beide appartementen grenzen direct aan elkaar. Cliënt is zoals u weet reeds door erfopvolging voor een deel eigenaar van het appartementsrecht [adres 2]. In verband met een echtelijke twist woont de zoon van cliënt, de heer R. [naam], tijdelijk bij hem in en staat als zodanig in het bevolkingsregister ingeschreven als (mede)bewoner van het appartement [adres 1]. Bijgaand treft u een uittreksel uit het bevolkingsregister aan. Cliënt en zijn vrouw zijn in deze als hoofdbewoners van beide appartementen aan te merken.”
incidentheeft [naam] jr. als de in het ongelijk gestelde partij te gelden. Hij zal worden veroordeeld in de kosten van het incident, die worden begroot op nihil. In de
hoofdzaakheeft [naam] sr. zowel in eerste aanleg als in hoger beroep te gelden als de in het ongelijk gestelde partij, zodat hij in de kosten dient te worden veroordeeld.
Beslissing
- wijst de vordering af;
- veroordeelt [naam] jr. in de kosten van het geding in het incident aan de zijde van [naam] sr. begroot op nihil;
opnieuw rechtdoende:
- wijst de vordering af;
- veroordeelt [naam] sr. in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van [naam] jr. tot op 8 oktober 2014 begroot op € 282,- aan verschotten en € 816,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [naam] sr. in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [naam] jr. tot op heden begroot op € 93,80 aan explootkosten, € 308,- aan griffierecht en € 894,- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest, voor wat betreft de kostenveroordelingen, uitvoerbaar bij voorraad.