ECLI:NL:GHDHA:2015:3989
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- van Nievelt
- Husson
- Calkoen-Nauta
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en toepassing burgerlijk versus goddelijk recht
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die de echtscheiding tussen hem en de vrouw had uitgesproken. Hij stelde dat partijen hadden afgesproken volgens Bijbelse normen niet te scheiden en dat het goddelijk recht moest prevaleren boven het burgerlijk recht, waardoor het verzoek van de vrouw tot echtscheiding niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard.
De vrouw betwistte dit en stelde dat Nederlands recht van toepassing is en dat het huwelijk duurzaam ontwricht is. Het hof overwoog dat het burgerlijk recht toepasselijk is en dat een geloofsovertuiging niet maatgevend kan zijn voor de ontbinding van het huwelijk in de Nederlandse samenleving.
Het hof stelde vast dat partijen sinds september 2014 feitelijk gescheiden leven en dat de vrouw niet meer met de man getrouwd wil blijven. Er was sprake van duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man had onvoldoende bewijs geleverd dat de vrouw wilsonbekwaam was door een psychische aandoening.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding op grond van duurzame ontwrichting en wijst het beroep van de man af dat goddelijk recht boven burgerlijk recht zou moeten prevaleren.