In deze civiele zaak ging het om een hoger beroep tegen een vonnis van de voorzieningenrechter in Rotterdam inzake een deurwaardersverzoek voor de tenuitvoerlegging van een Frans arrest van het Cour d’Appel de Lyon van 6 november 2003. Dit arrest vernietigde een eerdere uitspraak van het Tribunal de Commerce de Lyon uit 2002, waarin STE veroordeeld was tot betaling aan [geïntimeerde].
STE had reeds een bedrag van € 264.639,89 betaald op grond van het vernietigde vonnis en vorderde nu via het Franse arrest restitutie van dit bedrag plus rente. De voorzieningenrechter twijfelde aan de executoriale titel voor de terugbetaling van dit bedrag en verklaarde het bezwaar van de deurwaarder gegrond, waardoor de tenuitvoerlegging werd beperkt tot het bedrag van € 45.734,71 plus rente.
Het hof oordeelt dat het Franse arrest van 6 november 2003 wel degelijk een executoriale titel oplevert voor de terugbetaling van het genoemde bedrag en de rente daarop, conform Frans recht en bevestigt dit met verwijzing naar een interpretatiearrest van het Cour d’Appel de Lyon van 9 oktober 2014. Voor de wettelijke rente en verhoging over het restitutiebedrag blijft onduidelijkheid bestaan, zodat het hof de beslissing hierover aanhoudt en STE aanbeveelt een nieuw interpretatieverzoek in Frankrijk in te dienen.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het afwijkt van deze conclusie, verklaart de bezwaren van de deurwaarder ongegrond en veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten. De procedure wordt ambtshalve geschorst met de mogelijkheid voor partijen om de zaak opnieuw aan te brengen.