ECLI:NL:GHDHA:2015:4023
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Sutorius-van Hees
- Kamminga
- Jansen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming geslachtsnaamswijziging minderjarigen
De moeder verzocht om vervangende toestemming voor het wijzigen van de geslachtsnaam van haar minderjarige kinderen, omdat de vader niet instemde. Het hof liet de raad voor de kinderbescherming een onderzoek doen naar het belang van de minderjarigen bij deze wijziging.
De raad adviseerde afwijzing van het verzoek, omdat de minderjarigen geen zwaarwegende redenen hadden voor de naamswijziging en hun afwijzing van de vader vooral voortkwam uit loyaliteit aan de moeder en haar familie. De vader steunde dit advies en wees op de schadelijke ouderverstoting.
De moeder betoogde dat de raad onvoldoende rekening had gehouden met de langdurige afwezigheid van de vader en de hechtingsproblematiek. Het hof oordeelde echter dat het geschil over de naamwijziging een gezagsgeschil betreft dat getoetst moet worden aan het belang van het kind. Het hof volgde de raad en wees het verzoek af, omdat de minderjarigen onvoldoende de gevolgen van de naamswijziging konden overzien en deze wijziging hun identiteit zou aantasten.
De kosten van de procedure worden door partijen zelf gedragen. Het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende toestemming voor geslachtsnaamswijziging af omdat dit niet in het belang van de minderjarigen is.