In hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van 3 juni 2014 heeft het gerechtshof Den Haag het straat- en contactverbod tussen de vader en zijn kind bekrachtigd. De vader had aangevoerd dat er geen rechtvaardiging was voor het verbod, maar het hof oordeelde dat de feiten en omstandigheden, waaronder meerdere aangiftes wegens bedreiging en mishandeling, een spugende beweging door de vader en aansluiting van de moeder op het Aware systeem, een spanningsvolle situatie tussen de ouders aantonen.
Het hof benadrukte dat hoewel de vader recht heeft op omgang met zijn kind, de hoge spanningen tussen de ouders het welzijn van het kind negatief beïnvloeden. Daarom is het tijdelijk opschorten van het contact gerechtvaardigd. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Het arrest bevestigt dat het belang van het kind centraal staat en dat maatregelen zoals het contactverbod noodzakelijk kunnen zijn om het kind te beschermen tegen de negatieve gevolgen van conflicten tussen ouders.