Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van de familiekamer d.d. 3 februari 2015
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- Uitdrukkelijk is er geen zakelijk recht voorbehouden en gevestigd op basis waarvan vruchtgebruik of recht van gebruik en bewoning zou zijn voorbehouden;
- Dat derden zouden moeten uitgaan van de feitelijke situatie zoals geïntimeerde stelt, is onjuist;
- Een recht van gebruik en bewoning zou bij een eventuele verkoop van de woning een waarde drukkend effect hebben. Nu er geen waarde drukkende factor aanwezig was, dient de waarde van de woning in 1999 anders te worden vastgesteld;
- Moeder [naam] (hierna te noemen erflaatster) verkocht het appartement met de bedoeling dat zij daar, na de verkoop aan haar zoon, zou blijven wonen. Dat is feitelijk ook gebeurd, want erflaatster heeft na de verkoop nog 8 jaar in het appartement gewoond totdat zij noodgedwongen in een verzorgingshuis werd opgenomen;
- In dit kader wijst geïntimeerde er bovendien op dat hij ook geen appartement geleverd kreeg dat hem vrij ter beschikking stond; hij verkreeg een woning waarin erflaatster woonachtig was en zou blijven wonen.
Het verkochte wordt aanvaard in de feitelijke staat, waarin het zich ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst bevond, in gebruik bij zowel verkoper en koper.”Objectief staat vast dat de woning bewoond werd door geïntimeerde en erflaatster. Gezien de feitelijke gang van zaken – erflaatster heeft ook nog acht jaar na de verkoop in de woning gewoond – is het de bedoeling van erflaatster en geïntimeerde geweest om met elkaar te blijven samenwonen. Het stond geïntimeerde niet vrij om erflaatster uit het huis te zetten. Gezien deze feiten is het hof met de rechtbank van oordeel dat de woning in bewoonde staat moet worden gewaardeerd. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat in de verkoop van de woning door erflaatster aan geïntimeerde geen sprake is van een gift. Het hof maakt de gronden van de rechtbank tot de zijne.
- Over de geleende hoofdsom of het restant daarvan behoeft geen rente te worden betaald;
- De hoofdsom is te allen tijde opeisbaar;
- Voorts zal de hoofdsom of het eventuele restant daarvan te allen tijde terstond en zonder enige waarschuwing kunnen worden opgeëist, met de rente tot de dag der betaling en drie maanden extra, in de navolgende gevallen enz.
Beslissing
- € 1.553,- vastrecht
- € 11.685,- salaris advocaat