ECLI:NL:GHDHA:2015:467
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Mink
- Labohm
- Warnaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep internationale kinderontvoering en teruggeleiding minderjarigen naar Curaçao
In deze zaak staat de teruggeleiding van drie minderjarigen naar Curaçao centraal nadat zij zonder instemming van de vader in Nederland zijn achtergebleven. De moeder, die met de kinderen in Nederland verbleef, is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de terugkeer van de minderjarigen naar Curaçao gelastte.
Het hof beoordeelt of er sprake is van verzet van de minderjarigen tegen terugkeer, zoals bedoeld in artikel 13 lid 2 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). Hoewel de oudste twee minderjarigen een voorkeur uitspreken om bij de moeder te blijven, oordeelt het hof dat dit verzet voortkomt uit een loyaliteitsconflict en niet voldoende authentiek is om teruggeleiding te weigeren.
De rechtbank en het hof stellen vast dat de minderjarigen de leeftijd en rijpheid hebben bereikt om hun mening te laten meewegen, maar dat de wens om bij de moeder te blijven niet als een geldige weigeringsgrond geldt. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en gelast de terugkeer uiterlijk 18 maart 2015. Tevens veroordeelt het hof de moeder tot vergoeding van door de vader gemaakte reis- en verblijfskosten en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: De teruggeleiding van de minderjarigen naar Curaçao wordt gelast en de moeder wordt veroordeeld tot vergoeding van gemaakte kosten.