ECLI:NL:GHDHA:2015:510
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Mink
- van Nievelt
- van Wijk
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in pleegzorg
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind, geboren in 2012, in een pleegzorgsituatie. Zij betogen dat de gecertificeerde instelling onvoldoende heeft ingezet op terugplaatsing en verzoeken om benoeming van een deskundige op grond van artikel 810a lid 2 Rv. De gecertificeerde instelling verzet zich tegen deze verzoeken en wil de bestreden beschikking bekrachtigd zien.
Het hof stelt vast dat de machtiging tot uithuisplaatsing slechts kan worden verlengd indien de gronden daarvoor nog steeds bestaan. Het hof neemt de feiten en overwegingen van de kinderrechter over, waaronder de zorgelijke situatie bij de ouders, het rigide gedachtegoed van de vader, het ontbreken van samenwerking met hulpverlening en het bedreigend gedrag van de vader richting pleegouders. De minderjarige is inmiddels gehecht aan het pleeggezin en er is geen zicht op terugplaatsing of netwerkplaatsing.
Het hof overweegt dat een hernieuwd deskundigenonderzoek niet in het belang van de minderjarige is, mede vanwege de negatieve houding van de ouders en het feit dat een positief onderzoek waarschijnlijk niet tot terugkeer zal leiden. Daarom wordt het verzoek tot benoeming van een deskundige afgewezen en wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 7 september 2015.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd en het verzoek tot benoeming van een deskundige wordt afgewezen.