Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 24 maart 2015
SATURN V.O.F.,
DURA VERMEER GROEP N.V.,
ED. ZÜBLIN AG,
VOLKER STAAL EN FUNDERINGEN B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
BEGROTING IS EXCLUSIEF:
verrekend; Gilt nur für unbekannte Hindernisse.
eerste griefvan Saturn c.s. is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat onder het in de AVOK opgenomen risico “diepwand maatvoering/betonlekkage/vlakheid” is begrepen het risico dat voegenplanken die bij de aanleg van de diepwand zijn gebruikt, moeilijk zouden kunnen worden verwijderd. Zij stellen dat partijen dit risico bij het sluiten van de AVOK niet hebben bedoeld, omdat zij slechts het oog hebben gehad op problemen die zouden kunnen rijzen bij de realisatie van een tegen de diepwand aan te brengen voorzetwand. Bij maatvoering ging het er volgens Saturn c.s. slechts om dat de diepwand op de juiste plaats staat, en niet om de afmetingen van de diepwand. Ter onderbouwing van hun stelling hebben Saturn c.s. zich beroepen op twee in het geding gebrachte rapporten van deskundige ingenieursbureaus, alsmede op een schriftelijke verklaring van [naam] (verder: [H]), namens Züblin betrokken bij de onderhandelingen over de AVOK. De
tweede griefvan Saturn c.s. keert zich tegen het oordeel van de rechtbank dat Saturn c.s. tijdens de pleidooien hun standpunt hebben verlaten dat de risicoregeling tussen partijen is afgewikkeld. Zij stellen dat dat niet het geval is en doen daarop opnieuw een beroep. Zij brengen verder naar voren dat Volker de onderhavige claim van € 365.800,- (anders dan andere claims) heeft toegerekend aan stagnatie en niet aan de ‘risicopot’ en voeren aan dat een beroep op de risicoregeling in de AVOK meer dan vijf jaar na de registratie van het betreffende beweerde meerwerk uit een oogpunt van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:2 BW Pro). De
derde griefvalt de toewijzing door de rechtbank van de rentevordering van Volker aan. Volker brengt naar voren dat Saturn c.s. ter zake van hun vordering pas per 9 november 2011 een beroep op de risicoregeling hebben gedaan en dat de rente daarom pas verschuldigd kan zijn na verloop van een op die dag ingegane betalingstermijn.
in voorwaardelijk incidenteel appel naar voren gebrachte grievenbeoogt Volker te bewerkstelligen dat, als het hof zou oordelen dat de grieven van Saturn c.s. gegrond zijn, de onderhavige vordering ter zake van het trekken van voegenplanken op andere, door haar in eerste aanleg naar voren gebrachte gronden moet worden toegewezen. Volgens Volker is dan immers geen sprake geweest van een (voor Saturn en Volker) voorzienbaar risico, maar van ‘unbekannte Hindernisse’ in de zin van punt C7 van de AVOK, dan wel van toepasbaarheid van par 5, tweede lid, en par. 47 van de UAV 1989.
overige 21 grievenvan Volker strekken ertoe dat het hof alsnog haar door de rechtbank afgewezen meerwerkvorderingen ter zake van geluidsmaatregelen bij het inbrengen van vibrocom-palen, van de ondervonden bodemverdichting bij het inbrengen van die palen, van het verlengen van groutankers en van het boren in kalkcementblokken bij het aanbrengen van verankeringen toewijst.
allebekende risico’s; daartoe behoort het trekken van voegenplanken, dat immers verband houdt met de bijzondere lengte van de diepwand. Daarbij komt dat, als Saturn de werking van deze bepaling had willen beperken tot de afwerking met een voorzetwand (waarvoor de vlakheid van de diepwand van groot belang is), verwacht had mogen worden dat zij had bewerkstelligd dat een minder globale term dan ‘maatvoering’ was gekozen. Het hof acht daarom voorshands aannemelijk dat partijen hebben beoogd het risico van moeilijkheden bij het trekken van voegenplanken onder de risicoregeling te brengen. Wat Saturn c.s. daar nu tegen inbrengen, is onvoldoende. De twee door Saturn c.s. ingeschakelde ingenieursbureaus zijn niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de AVOK. Hun verklaringen leggen daarom voor de waardering van de partijbedoelingen bij het sluiten van de AVOK geen gewicht in de schaal. Dat geldt in overwegende mate ook voor de schriftelijke verklaring van [H], omdat daarin geen verklaring valt te lezen waarom, als het met name ging om de waterdichtheid en de grilligheid van het wandaanzicht van de diepwand in relatie tot de aan te brengen voorzetwand, de term maatvoering (in plaats van bijvoorbeeld positie, zoals volgens [H] is bedoeld) in de AVOK is opgenomen. Saturn c.s. hebben op dit punt geen getuigenbewijs aangeboden, zodat het voorshandse oordeel van het hof in stand blijft; van getuigenverhoor aan de zijde van Volker kan in dit licht worden afgezien. De eerste grief van Saturn c.s. faalt.
eerste incidentele griefkomt Volker op tegen het oordeel van de rechtbank dat het Saturn c.s. in beginsel vrijstaat jegens de Gemeente buiten rechte claims van Volker te ondersteunen, terwijl zij in rechte in de hoofdzaak tegen die claims het verweer voert dat de Gemeente daartegen in vrijwaring voert. Zij stelt dat Saturn haar vorderingen eerder duidelijk heeft erkend. Die grief slaagt niet, want het oordeel van de rechtbank, dat van erkenning slechts sprake is, als Saturn aan Volker heeft toegezegd haar meerwerkclaims te zullen honoreren, ongeacht het oordeel van de Gemeente over die claims, is juist. Een uitlating van de zijde van Saturn dat zij het met Volker eens is dat bepaalde werkzaamheden terechte meerwerken zijn, die is gedaan in een gezamenlijk overleg over te zetten juridische vervolgstappen tegen de Gemeente, strekt ertoe te bewerkstelligen dat de aannemers een gezamenlijke vuist maken in een geding tegen de opdrachtgever. Een dergelijke verklaring houdt geen onvoorwaardelijke erkenning van Saturn jegens Volker in als bovenbedoeld. Voor zover Saturn buiten aanwezigheid van Volker tegenover de Gemeente standpunten heeft ingenomen over bepaalde geclaimde meerwerken, kan Volker daaraan in het geheel geen rechten ontlenen, omdat die standpunten niet tegenover Volker zijn ingenomen.