Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest in het incident ex artikel 351 Rv Pro van 24 maart 2015
[appellante],
[geïntimeerde sub 1],
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele procedure vordert [geïntimeerde sub 1] betaling van €75.000 op grond van een overeenkomst en een schuldbekentenis die [appellante] betwist te hebben ondertekend. De rechtbank veroordeelde [appellante] tot betaling en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. [Appellante] stelde dat de handtekening vervalst was, maar de rechtbank wees dit verweer af omdat zij onvoldoende onderbouwing vond.
In hoger beroep verzoekt [appellante] schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad op grond van artikel 351 Rv Pro, stellende dat de rechtbank een juridische misslag beging in de bewijslastverdeling bij de betwisting van de handtekening. Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft aangenomen dat bij stellige betwisting van een niet-handgeschreven schuldbekentenis de akte geen bewijs oplevert zolang niet is bewezen wie de ondertekening verrichtte.
Het hof wijst de incidentele vordering tot schorsing toe en houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis wordt toegewezen vanwege een juridische misslag in de bewijslastverdeling over de betwiste handtekening.