Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- Op 3 maart 2015 een brief van diezelfde datum met bijlagen;
- Op 4 maart 2015 een brief van diezelfde datum met bijlagen;
- de moeder, bijgestaan door mr. J.H. Weermeijer, die heeft waargenomen voor de advocaat van de moeder;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [medewerkster A] en mevrouw [medewerkster B] namens de raad;
- mevrouw [medewerkster C] namens de gecertificeerde instelling.
- de terugkeer gelast van de minderjarige naar Bulgarije, waarbij de moeder de minderjarige dient terug te brengen naar Bulgarije en voorts is bevolen dat, indien de moeder nalaat de minderjarige terug te brengen naar Bulgarije, de moeder de minderjarige met de benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven, opdat de vader de minderjarige zelf mee terug kan nemen naar Bulgarije;
- de gecertificeerde instelling belast met de voorlopige voogdij over de minderjarige;
- vastgesteld dat alle bevoegdheden ten aanzien van de persoon en het vermogen van de minderjarige aan de benoemde voogdij-instelling worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheid om de verblijfplaats van de minderjarige in Nederland te wijzigen;
- de minderjarige van 27 januari 2015 tot 27 januari 2016 onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling;
- de moeder veroordeeld tot betaling aan de vader van de door hem gemaakte advocaatkosten ter hoogte van € 1.594,92;
- bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
- de teruggeleiding van de minderjarige naar Bulgarije;
- de voorlopige voogdij over de minderjarige;
- de ondertoezichtstelling van de minderjarige van 27 januari 2015 tot 27 januari 2016;
- de veroordeling van de moeder tot betaling van de door de vader gemaakte advocaatkosten ter hoogte van € 1.594,92.
primairde overbrenging van de minderjarige naar Nederland als niet ongeoorloofd in de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag aan te merken en
subsidiaireen of meer weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 van Pro het Verdrag toe te passen, althans het verzoek van de vader tot teruggeleiding van de minderjarige naar Bulgarije af te wijzen, met veroordeling van de vader in de proceskosten, zoals tot heden gemaakt door de moeder.
Ongeoorloofde overbrenging of vasthouding in de zin van artikel 3 HKOV Pro
Onmiddellijke terugkeer in de zin van artikel 12 HKOV Pro
Weigeringsgrond ex artikel 13, eerste lid, sub a van het Verdrag
Weigeringsgrond ex artikel 13, eerste lid, sub b van het Verdrag
Adequate voorzieningen in de zin van artikel 11 lid 4 Brussel Pro II bis
Voorlopige voogdij en ondertoezichtstelling
Proceskosten
Doorgeleiding beslissing ingevolge artikel 11, zesde lid, Brussel IIbis
mr. Hogendoorn-Matthijssen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 maart 2015.