ECLI:NL:GHDHA:2015:624
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatige bewijsvoering bij hennepbezit
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het voorhanden hebben van een hoeveelheid hennep, maar ging in hoger beroep. Op 24 juni 2013 werd hij gecontroleerd door de politie op naleving van de Wegenverkeerswet. Tijdens deze controle werd onrechtmatig gevraagd om zijn identiteitsbewijs en werd zijn auto onderzocht zonder geldige grondslag.
De politie rook tijdens het onderzoek de geur van hennep, waarna met toestemming van de officier van justitie de auto werd doorzocht en de hennep in beslag genomen. De verdediging stelde dat de initiële controle en het daaropvolgende onderzoek onrechtmatig waren, waardoor het bewijs uitgesloten moest worden.
Het hof oordeelde dat het vragen naar het identiteitsbewijs en het onderzoek in de auto onrechtmatig waren omdat de politie geen redelijke noodzaak had om het identiteitsbewijs te vorderen tijdens een controle op de Wegenverkeerswet. Dit vormverzuim schond het recht op privacy en leidde tot bewijsuitsluiting.
Omdat er geen ander wettig en overtuigend bewijs was, sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onrechtmatige bewijsvoering bij controle en doorzoeking.