Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
en/of
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd beschuldigd van het onbevoegd voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie op of omstreeks 14 april 2009 te Rotterdam. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, waarna hoger beroep werd ingesteld.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was ondanks het lange tijdsverloop tussen vonnis en hoger beroep. De bewezenverklaring betrof het bezit van een pistool van het merk Star, type 30-MI Starfire, kaliber 9 mm, geladen met 14 scherpe patronen. De verdachte gaf aan het wapen bij zich te hebben om zich te kunnen verdedigen of dreigen.
Het hof benadrukte de ernst van het feit en het belang van een krachtig optreden tegen onbevoegd wapenbezit vanwege de maatschappelijke onveiligheid. Gezien eerdere veroordelingen van de verdachte en het feit dat hij zich bewust in een crimineel milieu begaf, werd een gevangenisstraf passend geacht.
Vanwege het lange tijdsverloop tussen het instellen van het hoger beroep en de behandeling daarvan, en het ontbreken van nieuwe strafbare feiten, werd de straf verminderd tot 3 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor onbevoegd wapenbezit met aftrek van voorarrest.