ECLI:NL:GHDHA:2015:819
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- P.B. Kamminga
- I. Obbink-Reijngoud
- L.F.A. Husson
- Rechtspraak.nl
Geschil over schoolinschrijving minderjarige kinderen na echtscheiding en verhuizing
In deze zaak staat een gezagsgeschil centraal over de schoolinschrijving van twee minderjarige kinderen na de echtscheiding van hun ouders en de verhuizing van de moeder naar een andere woonplaats. De vader wilde dat de kinderen op hun oorspronkelijke school in zijn woonplaats bleven, terwijl de moeder de inschrijving op een school in haar nieuwe woonplaats had geregeld. De voorzieningenrechter had de vader veroordeeld om mee te werken aan de overschrijving naar de school in de woonplaats van de moeder.
De vader ging in hoger beroep en vorderde dat de kinderen weer op de school in zijn woonplaats zouden worden ingeschreven, met medewerking van de moeder. De moeder verzocht het hof het vonnis te bekrachtigen en de vader in de proceskosten te veroordelen. Het hof overwoog dat het belang van de kinderen voorop staat en dat de voorzieningenrechter de belangen zorgvuldig had afgewogen. Het hof vond dat het in het belang van de kinderen is dat zij op hun nieuwe school blijven, waar zij inmiddels zijn gewend en sociale contacten hebben opgebouwd.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis, wees het hoger beroep van de vader af en compenseerde de proceskosten in hoger beroep, zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Tevens benadrukte het hof het belang van samenwerking tussen ouders en de rol van de gezinsvoogd bij het ondersteunen van het gezin.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de kinderen op de school in de woonplaats van de moeder blijven ingeschreven en compenseert de proceskosten in hoger beroep.