Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag. Tegen geïntimeerden is verstek verleend, maar het hof stelt de vraag of de betekening van de appeldagvaarding aan geïntimeerde sub 2 in Duitsland correct heeft plaatsgevonden.
De gerechtsdeurwaarder heeft een aanvraag tot betekening aan het Duitse Amtsgericht Kleve gezonden conform de EG-betekeningsverordening. Het Amtsgericht bevestigde ontvangst en stuurde een certificaat terug waarin staat dat de dagvaarding per post is betekend met ontvangstbevestiging. Echter, de ontvangstbevestiging zelf is niet overgelegd.
De griffier verzocht appellanten om de ontbrekende ontvangstbevestiging te overleggen, maar dit is niet gebeurd. Hierdoor kan het hof niet vaststellen of de betekening aan geïntimeerde sub 2 volgens de Duitse regels is geschied en of deze tijdig gelegenheid tot verweer heeft gehad.
Het hof wijst appellanten aan om alsnog de ontvangstbevestiging of andere bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de betekening of kennisgeving rechtsgeldig en tijdig is geschied. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 19 mei 2015 voor deze nadere stukken.